De juiste rolstoelbesturing kiezen bij een beperkte armfunctie
Wanneer iemand een beperkte arm- of handfunctie heeft, kan het moeilijk of onmogelijk worden om een elektrische rolstoel met een standaardjoystick te besturen. Maar wie geen gewone joystick meer kan gebruiken, hoeft daarom niet noodzakelijk zijn zelfstandige mobiliteit te verliezen.
Er bestaan veel soorten alternatieve rolstoelbesturingen, die verschillende bewegingen en aansturingspunten gebruiken om een elektrische rolstoel te bedienen. De uitdaging is de optie te vinden die past bij de mogelijkheden, doelen en dagelijkse omgeving van de persoon.
Hoe kies je dus de juiste rolstoelbesturing voor iemand met een beperkte armfunctie?
Begin bij de mogelijkheden van de persoon
Het belangrijkste vertrekpunt is niet de rolstoelbesturing zelf, maar de persoon.
Een beperkte armfunctie kan er bij iedereen heel anders uitzien. De ene heeft weinig handfunctie maar een goede hoofdcontrole. Een ander heeft bruikbare bewegingen in de voeten, en nog iemand anders heeft alleen een kleine maar constante beweging in een ander deel van het lichaam.
Een grondig onderzoek kijkt daarom naar de resterende functionele bewegingen van de persoon en hoe betrouwbaar die gebruikt kunnen worden. Belangrijke vragen zijn onder meer:
- Welke bewegingen kan de persoon bewust uitvoeren?
- Hoeveel kracht en bewegingsuitslag zijn er?
- Lukken nauwkeurige en herhaalbare bewegingen?
- Is de motorische controle constant?
- Zijn er onwillekeurige bewegingen of schommelingen in spiertonus?
- Hoe beïnvloedt de houding de beschikbare bewegingen?
- Kunnen de mogelijkheden na verloop van tijd veranderen?
- Wat moet de persoon in het dagelijks leven met de rolstoel kunnen doen?
Die factoren helpen bepalen welk type besturing realistisch en duurzaam is.
Welke alternatieven zijn er voor een standaardjoystick?
Een standaardjoystick wordt meestal met de hand bediend en vraagt voldoende kracht, bewegingsuitslag en coördinatie.
Als dat niet lukt, komen verschillende alternatieven in aanmerking. Afhankelijk van de mogelijkheden van de persoon kan het gaan om:
- kin- of lipbesturing
- hoofdbesturing
- schakelaarbesturing
- voetbesturing
- gespecialiseerde of minijoysticks
- andere lichaamsgestuurde interfaces
Alternatieve rijbesturingen gaan van vrij eenvoudige schakelaars tot geavanceerde proportionele systemen. De juiste keuze hangt af van de motorische mogelijkheden van de persoon en de functies die bediend moeten worden.
Het doel is niet de technologisch meest geavanceerde optie te vinden, maar de besturing die de persoon veilig, comfortabel en betrouwbaar kan gebruiken.
Wanneer kan hoofdbesturing een optie zijn?
Hoofdbesturing kan vooral interessant zijn voor mensen met een onvoldoende arm- en handfunctie, maar met een betrouwbare hoofdbeweging.
Hoofdgestuurde systemen gebruiken sensoren of schakelaars rond het hoofd. Bepaalde hoofdbewegingen worden dan omgezet in commando’s voor de elektrische rolstoel.
Maar wat hoofdbeweging hebben, betekent niet automatisch dat hoofdbesturing geschikt is. Het onderzoek houdt best rekening met:
Bewegingsuitslag
Kan de persoon het hoofd ver genoeg bewegen in de nodige richtingen? Sommige systemen vragen bewegingen opzij, naar voren of naar achteren. Met de beschikbare bewegingsuitslag moet dus rekening gehouden worden bij het kiezen en plaatsen van de besturing.
Precisie
Kan de persoon kleine, gecontroleerde bewegingen maken? Dat wordt extra belangrijk bij rijden in krappe ruimtes of bij kleine correcties.
Constantheid
Kan de beweging betrouwbaar herhaald worden? Een beweging die één keer lukt tijdens een onderzoek, is niet per se geschikt om de hele dag door te gebruiken.
Vermoeidheid
Kan de persoon de beweging gebruiken zonder overdreven fysieke inspanning? Een besturing die vijf minuten goed werkt maar erg vermoeiend is, is misschien geen goede oplossing op lange termijn.
En als de persoon bruikbare bewegingen in de voeten heeft?
Het hoofd is niet het enige mogelijke alternatieve aansturingspunt.
Sommige mensen met een beperkte armfunctie hebben ook gecontroleerde bewegingen in één of beide voeten. Dan kan voetinvoer gebruikt worden als alternatief voor hoofdbesturing of samen met hoofdbesturing.
Verschillende aansturingspunten combineren kan soms beter gebruikmaken van de resterende mogelijkheden van de persoon. Iemand kan bijvoorbeeld een betrouwbare hoofdbeweging hebben, en daarnaast een gecontroleerde beweging in één voet die mee in de rijbesturing kan worden opgenomen.
Daarom is het zinvol om alle beschikbare bewegingen te onderzoeken, in plaats van vooraf te beslissen welk lichaamsdeel gebruikt zal worden.
Proportionele of geschakelde besturing?
Een ander belangrijk aandachtspunt is hoe de rolstoel reageert op de invoer van de gebruiker.
Bij een geschakelde of niet-proportionele besturing komt een invoer meestal overeen met een vooraf bepaald commando. Een schakelaar activeren kan bijvoorbeeld een voorwaartse beweging aan een vaste snelheid geven.
Bij een proportionele besturing kan de invoer van de gebruiker de beweging van de rolstoel meer traploos beïnvloeden, met meer variatie in snelheid of richting.
Geen van beide is automatisch beter voor elke gebruiker. Niet-proportionele besturingen kunnen nuttig zijn voor mensen met een beperkte motorische controle, omdat ze eenvoudigere bewegingen vragen. Proportionele besturingen kunnen een fijnere controle bieden wanneer de persoon voldoende motorische mogelijkheden heeft om ze goed te gebruiken.
De juiste keuze hangt af van de mogelijkheden van de persoon en van wat hij of zij met de rolstoel wil bereiken.
Vergeet houding en positionering niet
Rolstoelbesturing kun je niet los zien van zitten en positionering.
Hoofd, armen, voeten en romp kunnen anders bewegen afhankelijk van de zithouding. Ook veranderingen in kanteling, rugverstelling of andere zitfuncties kunnen invloed hebben op hoe iemand met een besturing omgaat.
Dat is vooral belangrijk bij hoofdbesturing. De plaats van de sensoren moet overeenkomen met de natuurlijke hoofdpositie en de beschikbare bewegingen van de persoon.
Hetzelfde geldt voor voetbesturing. De sensoren moeten zo geplaatst worden dat de persoon ze betrouwbaar kan activeren, zonder onnodige inspanning of een oncomfortabele houding.
Een goed besturingssysteem werkt mee met de positionering van de persoon, in plaats van de persoon te dwingen een onnatuurlijke houding aan te nemen.
Houd rekening met onwillekeurige bewegingen en veranderende mogelijkheden
Sommige mensen hebben onwillekeurige bewegingen, een wisselende spiertonus of bewegingspatronen die veranderen naargelang vermoeidheid, concentratie of omgeving. Die factoren kunnen het onderzoek complexer maken.
Een besturing test je dus niet alleen in ideale omstandigheden. Het helpt om te kijken hoe het gaat wanneer de persoon ontspannen of moe is en verschillende taken uitvoert.
Denk ook aan toekomstige veranderingen. Sommige aandoeningen zijn progressief, terwijl kinderen na verloop van tijd nieuwe vaardigheden en bewegingsmogelijkheden kunnen ontwikkelen. Een rolstoel en de besturing moeten die veranderingen misschien kunnen opvangen.
Test de besturing in het echte leven
Een besturing kan perfect werken tijdens een kort klinisch onderzoek en toch moeilijk te gebruiken zijn in het dagelijks leven. Test waar mogelijk in situaties die de echte omgeving van de persoon weerspiegelen. Bijvoorbeeld:
- door smalle ruimtes rijden
- rond meubels draaien
- achteruitrijden
- een tafel of bureau naderen
- tussen andere mensen manoeuvreren
- buiten rijden
- kleine aanpassingen in de positie maken
De persoon moet tijdens het rijden misschien ook andere functies van de rolstoel gebruiken. Ook die vereisten horen bij het volledige onderzoek.
Het doel is niet alleen een antwoord op “Kan deze persoon de rolstoel besturen?” Een betere vraag is:
“Kan deze persoon de rolstoel besturen in de situaties die voor hem of haar belangrijk zijn?”
Een praktische checklist voor het onderzoek
Bij het onderzoek naar een alternatieve rolstoelbesturing kan het helpen om zes domeinen te bekijken:
- Beweging. Welke lichaamsbewegingen zijn beschikbaar en betrouwbaar?
- Kracht en bewegingsuitslag. Hoeveel kracht en beweging zijn er?
- Motorische controle. Lukken nauwkeurige, herhaalbare bewegingen?
- Positionering. Kan de besturing comfortabel geplaatst worden binnen de natuurlijke houding?
- Rijvereisten. Welke bewegingen en rolstoelfuncties moeten zelfstandig bediend worden?
- Dagelijks gebruik. Kan de persoon de besturing veilig en comfortabel gebruiken in de echte omgeving?
Zo krijg je een vollediger beeld dan wanneer je alleen test of iemand een bepaalde sensor of schakelaar kan activeren.
Er is geen universele oplossing
Een rolstoelbesturing kiezen voor iemand met een beperkte armfunctie is uiteindelijk een individueel proces.
Voor de ene persoon volstaat een kleine aangepaste joystick. Een ander heeft baat bij kin-, schakelaar- of voetbesturing. Voor iemand met een betrouwbare hoofdbeweging kan een hoofdgestuurd systeem een goede weg zijn naar zelfstandige mobiliteit.
Waar het om draait, is de technologie af te stemmen op de mogelijkheden, doelen en omgeving van de persoon.
Bij CoMoveIT staat dat principe centraal in de ontwikkeling van alternatieve rolstoelbesturingen. De oplossingen omvatten CoMoveIT Flex, met hoofd- en optionele voetbesturing, en CoMoveIT Drive, met enkel hoofdbesturing. Beide zijn bedoeld voor gebruikers die niet kunnen rekenen op een gewone arm- of handbesturing.
Uiteindelijk is de juiste rolstoelbesturing niet per se de meest complexe of geavanceerde optie. Het is de besturing die de persoon de juiste combinatie van controle, comfort, veiligheid en zelfstandigheid geeft in het dagelijks leven.
CoMoveIT in actie zien?
Boek een gratis proefrit of vind een CoMoveIT-partner bij jou in de buurt.