Skip to main content

10 belangrijke vragen bij het onderzoek naar een rolstoelbesturing

De juiste rolstoelbesturing kiezen draait om meer dan een systeem vinden dat iemand fysiek kan activeren. De juiste besturing past bij de mogelijkheden, doelen, houding en dagelijkse omgeving van de persoon.

Een goed onderzoek begint daarom bij de persoon, niet bij een bepaald product. Door de juiste vragen te stellen, krijgen zorgverleners en hulpmiddelenadviseurs een beter beeld van welk type rolstoelbesturing veilige, comfortabele en zelfstandige mobiliteit kan ondersteunen.

Hier zijn 10 belangrijke vragen om te stellen tijdens het onderzoek naar een rolstoelbesturing.

1. Wat wil de persoon bereiken met de rolstoel?

De eerste vraag heeft niets met technologie te maken. Wat wil de persoon eigenlijk doen met de rolstoel?

Voor de ene persoon betekent zelfstandige mobiliteit zich zonder hulp verplaatsen in huis. Voor een ander betekent het naar school of het werk gaan, winkelen of deelnemen aan sociale activiteiten. Die doelen begrijpen geeft context aan het hele onderzoek.

Een besturing die goed werkt in een rustige binnenomgeving, volstaat misschien niet voor iemand die zich door drukke openbare ruimtes moet bewegen. De doelen van de persoon helpen dus bepalen welk niveau en welk type besturing nodig is.

2. Kan de persoon een standaardjoystick gebruiken?

Voor je alternatieve besturingen bekijkt, is het de moeite om na te gaan of een gewone joystick kan werken. Een standaardjoystick kan geschikt zijn als de persoon voldoende beschikt over:

  • hand- en armbeweging
  • kracht
  • coördinatie
  • bewegingsuitslag
  • precisie
  • uithoudingsvermogen

Soms kan een aanpassing van de zithouding, de positie van de joystick of de instellingen al een groot verschil maken.

Blijft een standaardjoystick praktisch en betrouwbaar, dan is een complexer alternatief misschien niet nodig. Is dat niet zo, dan kan het onderzoek verder naar andere mogelijkheden.

3. Welke bewegingen kan de persoon betrouwbaar controleren?

Als een standaardjoystick niet geschikt is, is de volgende vraag: welke beweging controleert de persoon het best?

Dat betekent verder kijken dan handen en armen. Afhankelijk van de persoon kan er bruikbare willekeurige beweging zijn via:

  • het hoofd
  • de kin of mond
  • de voeten
  • de vingers
  • de schouders
  • andere lichaamsdelen

De nuttigste beweging is niet per se de sterkste of grootste. Wat telt, is of de persoon ze consequent en bewust kan uitvoeren.

Bij het onderzoek naar alternatieve rijbesturingen wordt daarom gekeken naar factoren zoals motorische controle, bewegingsuitslag, kracht en de aanwezigheid van onwillekeurige bewegingen of een afwijkende spiertonus. (Sunrise Medical)

4. Hoeveel kracht, bewegingsuitslag en precisie zijn er?

Een beweging één keer kunnen uitvoeren, betekent niet automatisch dat ze bruikbaar is om een rolstoel te besturen. Een grondig onderzoek houdt rekening met drie samenhangende factoren:

  • Kracht: Kan de persoon genoeg kracht zetten om de besturing te activeren?
  • Bewegingsuitslag: Kan hij of zij ver genoeg bewegen in de nodige richtingen?
  • Precisie: Lukken kleine, gecontroleerde bewegingen?

Die factoren worden extra belangrijk wanneer de persoon in krappe ruimtes moet manoeuvreren of tijdens het rijden kleine correcties moet maken.

Het is ook belangrijk om die mogelijkheden te beoordelen in de gewone zithouding van de persoon, en niet alleen tijdens een algemeen lichamelijk onderzoek.

5. Hoe beïnvloedt de positionering de controle?

Rolstoelbesturing en zithouding hangen nauw samen. Hoe goed iemand een hoofd-, voet- of handbesturing kan bedienen, kan sterk veranderen afhankelijk van de houding en de ondersteuning. Denk aan:

  • Is het bekken stabiel?
  • Wordt de romp voldoende ondersteund?
  • Is het hoofd comfortabel gepositioneerd?
  • Kan de persoon de houding behouden tijdens het rijden?
  • Verandert een andere zithouding de toegang tot de besturing?

Bekijk de positionering dus voor je besluit dat een bepaalde besturing niet geschikt is. Soms maakt een betere positionering een anders moeilijke beweging veel functioneler.

6. Wat is de invloed van vermoeidheid of wisselende spiertonus?

Iemand kan een paar minuten een goede controle tonen en het later op de dag moeilijk krijgen.

Vermoeidheid, veranderingen in spiertonus, tremor of onwillekeurige bewegingen kunnen allemaal invloed hebben op de rolstoelbesturing. Die factoren kunnen ook wisselen naargelang de aandoening en de omgeving. Dat is vooral belangrijk bij mensen met een neurologische aandoening.

Het onderzoek gaat dus niet alleen na of iemand een beweging kan uitvoeren, maar ook of dat consequent en comfortabel lukt gedurende de tijd dat de persoon de rolstoel waarschijnlijk gebruikt.

Gaat de controle sterk achteruit bij vermoeidheid, dan kan dat bepalen welk type besturing of welke instelling geschikt is.

7. Welk type besturing past bij de mogelijkheden?

Pas als je de bewegingsmogelijkheden van de persoon begrijpt, bekijk je de verschillende besturingsopties. Afhankelijk van de persoon kan het gaan om:

  • een standaard- of aangepaste joystick
  • een minijoystick
  • schakelaarbesturing
  • kin- of mondbesturing
  • hoofdbesturing
  • voetbesturing
  • een combinatie van verschillende invoermogelijkheden

Er bestaat geen universele oplossing. Voor iemand met betrouwbare hoofdbewegingen maar een zeer beperkte armfunctie kan hoofdbesturing geschikt zijn. Iemand anders heeft misschien bruikbare bewegingen in de voeten die ook in de besturing kunnen worden opgenomen.

Het doel is de invoer te vinden die het beste evenwicht biedt tussen controle, betrouwbaarheid, comfort en zelfstandigheid.

8. Welke andere functies van de rolstoel moeten bediend worden?

Rijden is maar één onderdeel van het gebruik van een elektrische rolstoel. Afhankelijk van de noden heeft de persoon misschien ook zelfstandig toegang nodig tot functies zoals:

  • kantelen
  • rugverstelling
  • beensteunverstelling
  • zitlift
  • rijmodi
  • andere elektrische zitfuncties

Die functies horen mee bekeken te worden in het volledige onderzoek naar de besturing.

Iemand kan een geschikte manier hebben om de rolstoel te besturen en toch afhankelijk blijven van anderen om de zithouding aan te passen. Voor sommige gebruikers is zelfstandige toegang tot die functies een belangrijk deel van hun autonomie.

9. Kan de persoon de besturing gebruiken in het echte leven?

Een besturing die werkt in een rustige therapieruimte, werkt in het dagelijks leven misschien anders. Neem waar mogelijk situaties op in het onderzoek die weerspiegelen waar de persoon de rolstoel echt zal gebruiken. Bijvoorbeeld:

  • door smalle deuren rijden
  • rond meubels draaien
  • achteruitrijden
  • een tafel naderen
  • tussen andere mensen rijden
  • buiten rijden
  • kleine aanpassingen in de positie maken

Die situaties geven informatie die een eenvoudige rijtest vooruit en achteruit niet kan geven.

De kernvraag is niet gewoon “Kan deze persoon de rolstoel besturen?”, maar:

“Kan deze persoon de rolstoel goed gebruiken in de situaties die voor hem of haar belangrijk zijn?”

10. Blijft de oplossing ook in de toekomst geschikt?

De laatste vraag gaat over vooruitkijken.

De mogelijkheden van een persoon kunnen na verloop van tijd veranderen. Dat geldt vooral voor mensen met een progressieve neurologische aandoening, maar veranderingen kunnen veel oorzaken hebben. Denk aan:

  • Zullen de motorische mogelijkheden waarschijnlijk veranderen?
  • Kunnen de noden op het vlak van zitten veranderen?
  • Kan de besturing mee aangepast worden als de mogelijkheden veranderen?
  • Kan een andere toegangsmethode in de toekomst beter geschikt zijn?

Wie nadenkt over toekomstige noden, vermijdt een oplossing die alleen werkt voor de huidige situatie.

Het doel is niet om exact te voorspellen wat er gebeurt, maar om na te gaan of het gekozen systeem flexibel genoeg is om mee te evolueren.

De antwoorden samenbrengen

Een onderzoek naar een rolstoelbesturing draait uiteindelijk om het verbinden van verschillende stukjes informatie. Je moet begrijpen:

  • Wat wil de persoon doen?
  • Welke bewegingen kan hij of zij controleren?
  • Hoe betrouwbaar lukt dat?
  • Wat gebeurt er bij vermoeidheid?
  • Hoe beïnvloedt de positionering de bewegingen?
  • En kan de persoon de besturing gebruiken in de dagelijkse omgeving?

Pas dan kun je de verschillende besturingsopties zinvol vergelijken.

Het gaat dus minder om de beste rolstoelbesturing vinden en meer om de juiste match tussen de persoon en de technologie.

Individuele mobiliteit ondersteunen

Bij CoMoveIT is die individuele aanpak vooral belangrijk voor mensen die een alternatieve besturing nodig hebben omdat gewone arm- en handbesturingen niet geschikt zijn.

CoMoveIT ontwikkelt oplossingen zoals CoMoveIT Flex, met hoofd- en optionele voetbesturing, en CoMoveIT Drive, met enkel hoofdbesturing. Welke oplossing geschikt is, hangt af van de mogelijkheden en noden van de persoon.

Uiteindelijk is de technologie maar één deel van het onderzoek. De meest geslaagde rolstoelbesturing is die waarmee de persoon zijn of haar mogelijkheden goed kan benutten, met de controle, het comfort en de zelfstandigheid die nodig zijn om deel te nemen aan het dagelijks leven.

CoMoveIT in actie zien?

Boek een gratis proefrit of vind een CoMoveIT-partner bij jou in de buurt.